Een kwalitatieve dierondersteunde interventie wordt niet alleen beoordeeld op wat zij voor de cliënt oplevert, maar ook op wat zij van het dier vraagt.
Meer dan gezond zijn
Een dier kan lichamelijk gezond zijn en toch langdurige stress ervaren. Welzijn omvat daarom voeding, omgeving, gezondheid, gedrag en mentale toestand. Ook rust, keuzevrijheid, voorspelbaarheid, sociale veiligheid en positieve ervaringen zijn belangrijk.
Subtiele stresssignalen
Stress wordt niet alleen zichtbaar via blaffen, grommen of wegvluchten. Wegkijken, neuslikken, geeuwen, verstarren, hijgen, trager bewegen of verhoogde spierspanning kunnen aanleiding zijn om de context opnieuw te beoordelen. Eén signaal heeft nooit los van de situatie een vaste betekenis.
Van gebruiken naar samenwerken
Een therapiedier is geen therapeutisch instrument. Professioneel werken betekent het dier als actieve samenwerkingspartner behandelen, signalen ernstig nemen en stoppen of aanpassen wanneer welzijn of veiligheid onder druk komt te staan.
Professionele verantwoordelijkheid
- vooraf beoordelen of dier, begeleider en omgeving bij elkaar passen;
- duidelijke rust- en stopcriteria bepalen;
- belasting en herstel opvolgen;
- gedrag objectief observeren;
- regelmatig evalueren of verder werken verantwoord blijft.
Dierenwelzijn is geen extra kwaliteitskenmerk. Het is een basisvoorwaarde voor iedere verantwoorde werking met therapiedieren.



