De woorden therapiehond, supporthond, hulphond en assistentiehond worden vaak door elkaar gebruikt. Toch kunnen honden heel verschillende rollen vervullen. Het belangrijkste verschil zit niet in het hesje of de benaming, maar in drie vragen: voor wie werkt de hond, in welke omgeving wordt hij ingezet en welke concrete vaardigheden of taken heeft hij geleerd?

Ons kleurenschema helpt om die verschillen overzichtelijk te maken.
De huishond of sociale hond
Een huishond of sociale hond is in de eerste plaats een gezelschapsdier. Hij biedt nabijheid, plezier, sociaal contact en emotionele steun door er gewoon te zijn.
Dat kan bijzonder waardevol zijn. Een sociale hond heeft geen specifiek omschreven werkrol en hoeft geen taakgerichte opleiding te volgen.
Een sociale hond is dus niet minderwaardig. Hij heeft gewoon een andere rol.
Het actieve therapiedier of A-therapiedier
Een actief therapiedier werkt samen met een begeleider voor verschillende cliënten. Het dier kan ook intern verbonden zijn aan een school, woonzorgcentrum, zorgpraktijk, organisatie of kantoor.
De begeleider blijft verantwoordelijk voor het doel van de interventie, de begeleiding van de cliënt, de veiligheid van alle betrokkenen en het bewaken van de grenzen en het welzijn van het dier.
Een A-therapiedier kan worden ingezet bij verschillende vormen van dierondersteund werken:
- AAI: Animal-Assisted Interventions of dierondersteunde interventies;
- AAT: Animal-Assisted Therapy of dierondersteunde therapie;
- AAE: Animal-Assisted Education of dierondersteund onderwijs;
- activiteiten en begeleiding binnen zorg en welzijn;
- de inzet als klashond, WZC-hond of kantoorhond.
Niet iedere hond die regelmatig aanwezig is in een klas, kantoor of zorgvoorziening is automatisch een therapiedier. Er moet aandacht zijn voor voorbereiding, begeleiding, doelgerichtheid, veiligheid en dierenwelzijn.
De emotional-supporthond
Een emotional-supporthond biedt één vaste persoon emotionele steun, nabijheid en houvast in het dagelijkse leven. De hond kan ondersteunen in verschillende spannende, belastende of onvoorspelbare situaties.
Binnen de werking van Therapiedier vzw leert de hond minimaal drie individueel aangeleerde ondersteuningstaken. Voorbeelden zijn gericht contact maken bij oplopende spanning, een patroon helpen onderbreken, nabijheid bieden op een aangeleerd signaal, ondersteunen bij rust en herstel of begeleiden naar een rustige plaats.
Daarbij hoeft niet noodzakelijk sprake te zijn van een medische ondersteuningsbehoefte. Een emotional-supporthond is binnen onze werking niet hetzelfde als een officieel geattesteerde assistentiehond en de benaming geeft geen automatisch toegangsrecht.
Het passieve therapiedier, de assistentiehond of hulphond
Een passief therapiedier ondersteunt eveneens één vaste persoon. Anders dan een actief therapiedier werkt deze hond dus niet voor verschillende cliënten.
Binnen onze visie ligt de functie van een passief therapiedier dicht bij die van een assistentiehond of hulphond. De hond leert minimaal drie cliëntspecifieke taken die de functionele gevolgen van een ziekte, handicap of andere beperking helpen verminderen.
Afhankelijk van de ondersteuningsvraag kan het gaan om:
- alert- en signaalondersteuning;
- autismegerichte ondersteuning;
- psychosociale ondersteuning;
- motorische en praktische ondersteuning;
- prikkelregulatie;
- veiligheid en oriëntatie;
- het onderbreken van ontregeling of overbelasting;
- het begeleiden naar een rustige of veilige plaats;
- het oprapen, brengen of bedienen van voorwerpen.
De taken worden afgestemd op de persoon, de leefomgeving en de mogelijkheden van de hond. Ze moeten concreet, observeerbaar en betrouwbaar uitvoerbaar zijn. Ook het welzijn van de hond blijft doorslaggevend. Niet iedere hond is geschikt voor deze rol en niet iedere ondersteuningsvraag kan verantwoord door een hond worden ingevuld.
De officieel geattesteerde assistentiehond
De gele categorie in het schema verwijst naar een assistentiehond die taakgericht is opgeleid en officieel werd geattesteerd via een door CelMA gemachtigde assistentiehondenschool.
Die officiële attestering moet worden onderscheiden van een intern trainingsdossier, certificaat of functionele verklaring van een andere opleidingsorganisatie. In Vlaanderen zijn het wettelijke toegangsrecht en een eventuele VAPH-tegemoetkoming gekoppeld aan de officiële attestering. Lees meer bij het VAPH.
Geen rangorde, maar verschillende functies
Het schema is niet bedoeld als een ladder waarbij iedere hond uiteindelijk assistentiehond moet worden. Iedere categorie heeft een eigen functie.
Een sociale hond kan een enorme positieve invloed hebben zonder taken uit te voeren. Een actief therapiedier kan professioneel met verschillende cliënten werken zonder een assistentiehond te zijn. Een passief therapiedier of assistentiehond richt zich juist op de individuele ondersteuning van één persoon.
De juiste vraag is daarom niet alleen welke titel een hond krijgt, maar vooral:
- Welke persoon of personen ondersteunt de hond?
- Welke concrete taken voert hij uit?
- In welke omgeving werkt hij?
- Wie draagt de professionele verantwoordelijkheid?
- Is de inzet veilig, haalbaar en welzijnsgericht?
- Welke opleiding, opvolging of officiële attestering is nodig?
Een traject op maat van mens én dier
Een passend traject begint altijd met een zorgvuldige intake en een eerlijke beoordeling van de mens-diercombinatie. Daarna kunnen doelen, taken, trainingsstappen en evaluatiemomenten worden vastgelegd.
Bij Therapiedier vzw staan niet alleen de gewenste resultaten voor de mens centraal. Ook de draagkracht, motivatie, gezondheid, rust en keuzevrijheid van het dier bepalen wat verantwoord en haalbaar is.
Wil je weten welk traject bij jou en je hond past? Neem dan contact met ons op voor een verkennend gesprek.




MAG-test of PADA-test: wat is het verschil?